“ Why not I” ‘Hoor de vogels zingen weer’

melodie: John W. Peterson….tekst: Jan Visser
gezongen door: Jayden van der Gouwe. Gitaar: Henk van Duijne, klokkenspel: Johan van Oeveren

Lied uit de bundel Hemelhoog nr. 577

John Willard Peterson (November 1, 1921 – September 20, 2006) was een liedjes schrijver en componist. Hij had een grote invloed op de ontwikkeling van de Evangelische Christelijke muziek in Amerika. Zijn inzet was van 1950 tot ongeveer 1970. Hij schreef meer dan 1000 songs, en ook nog eens 35 cantates. Bijzonder dat wij deze melodie vaak kennen als kinderlied of namenliedje.

Dat dit lied zo’n opgang maakte kwam ook omdat de melodie klein van omvang is en een vorm van kleuterdeun heeft. Vandaar dat veel kinderen dit liedje geleerd hebben op school, of op het kinderdagverblijf, maar dan op de tekst zoals hierboven omschreven.

De tekst van het lied (1951)geeft aan om eens wat meer naar de vogels te kijken, of gewoon naar de kleine dingen in de natuur om ons heen. Daarin kun je de grootheid van onze God herkennen. Juist in vakantietijd, of als je gewoon een wandeling maakt, denk dan nog eens aan dit lied over de vogels. Wat doe jij???

De structuur van de melodie bestaat uit een driedelige vorm: A.B.A. Een lied wat prachtig is, en makkelijk aan te leren voor jonge kinderen. Ook de tekst vertaald door Jan Visser is mooi en begrijpelijk voor jonge kinderen/ouderen!

Wilt u meer van deze songwriter en componist horen klik dan op de onderstaan link.

Lift Up the Trumpet | Fountainview Academy | The Great Controversy – YouTube

 

PSALM 130

Deze maand staat Psalm 130 (melodie: Guillaume Franc) centraal. Ook weer met een bijpassend filmpje met zang van Arianne Hak, Dick van der Lecq en het Christelijk Mannenensemble Zoetermeer. Gitaar: Henk van Duijne hoorn: Willem Vermeulen, orgel ondergetekende.

Wat zijn Psalmen eigenlijk?
Psalmen zijn gebeden uit de Joodse religieuze traditie (Tehillim). In het Bijbelboek “Psalmen” zijn er 150 bijeengebracht, onderverdeeld in vijf boeken. Deze verzameling is enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling afgesloten en bevat heel divers materiaal uit de eeuwen daarvoor. De oudste worden toegeschreven aan David (de dichter-koning van Israël, die ongeveer 1000 jaar voor Christus leefde).

Bidden vanuit de diepte Psalm 130: Uit de diepte roep ik tot U, Heer; Heer, hoor mijn stem.
Boven deze psalm staat als opschrift: ‘Een lied Hamaälot’. Letterlijk betekent dit: een lied van opgang, een pelgrimslied dus. Psalm 130 is een van de pelgrimspsalmen (120 tot en met 134) die de Israëlieten zongen als ze onderweg waren naar de tempel in Jeruzalem. Het mooie van de psalmen is dat ze alle facetten van uitbundige vreugde tot en met diepe wanhoop vertolken.
Psalm 130 is een wanhoopskreet, een gebed in nood: ‘Heer, hoor mijn geroep’. Bijzonder is dat dit vers veel overeenkomsten heeft met het gebed dat de profeet Jona (Jona 2: 3) bidt vanuit de buik van de vis in de donkere diepte van het water. In de tijd van de Reformatie veroverde een literaire Franse vertaling de harten van de Fransen en later de Europeanen. Ook deze psalm 130 (de Profundis: uit de diepten) is ontstaan rond het midden van de 16e eeuw. De zuster van de Franse koning Marqurite de France (later de Navarre) heeft zich daarvoor ingezet.

Het eerste couplet wordt gezongen met een tekst uit die tijd, begeleid met gitaar (van oorsprong luit); dit komt uit de bundel: ‘Chansons du libre Spirituels’. Het tweede is het eerste couplet uit de nieuwste Psalmberijming geschreven in een moderne zetting. Daarin hoor je de donkere akkoorden dissonant, wat het karakter van deze psalm nog meer illustreert Het laatste couplet komt uit de vertaling van 1773.

Heilige Geest van God

componist: Paul Armstrong Tekstdichter / vertaler: Yvonne Hoekendijk

Lied uit de bundel Hemelhoog 229

Dit Lied komen we in diverse bundels tegen. Van oorsprong is het een Amerikaans lied, onder de titel ‘Spirit of the living God’
Van de tekstdichter is weinig bekend. Ook bij navraag bij de Calvin University.
Het lied is geschreven 1984. Vanuit Amerika is het bekend geworden via de Evangelische gemeenschappen. Bij ons is het bekend onder de titel zoals hierboven vermeldt staat.
Het is een lied wat echt bedoeld is voor de tijd van Pinksteren. De tekst is eenvoudig, maar wel heel duidelijk met de vraag om vervuld te mogen worden met de Geest van God. ( Ef. 5: 17-20)
De muzikale structuur is eenvoudig en tegelijk stuwend vanwege de omvang van de melodie. Ook de melodische sprongen zijn eigenlijk voorspelbaar. Mede daardoor is het een graag gezongen lied.
Deze keer heb ik de instrumentale bezetting klein en heel summier gehouden. Er wordt alleen gebruik gemaakt van een gitaar voor de intro en een hoorn voor de begeleiding. Eenstemmige zang waarmee het begint geeft later weer de volheid van die Geest door de vierstemmigheid met hoorn.

Een Nederlands lied van:
Clara Feyoena van Raesfelt-Van Sytzama
Wij knielen voor uw zetel neer.

Gezang 73, liedboek 231 en diverse andere bundels
Het oudste gedicht van Clara komt uit 1741, en in 1744 heeft ze samen met haar gouvernante een gedicht geschreven in een bundel van een vriendin van Alida Tegneus. Clara Feyoena heeft Alida als een goede moeder ervaren van wie ze veel leerde, zo blijkt als zij later schrijft:

Mij heugt haar gulden les, in kinderlijke jaren,
om ‘s werelds holle ze voorzigtig te bevaren
bij ‘t licht van ‘t Goddelijk Woord.

De tekst van het lied ‘Wij knielen voor uw zetel’ neer is gebaseerd op 1 Thessalonicenzen 1: 3 -10
Christian Gregor de componist van het lied, leefde en werkte in Moravië, een landstreek in Oost-Europa die nu deel uitmaakt van (vooral) Tsjechië. Hij kwam als wees aan het hof van de Heren van Pfeil, waar hij muziekonderwijs kreeg en kwam zo ook in contact met de Hernhutters. Hij werd organist aan het hof en begon in 1759 met componeren. Zijn naam is verbonden aan veel liederen die hij bewerkte bij het samenstellen van een gezangboek in 1779. In 1789 werd hij bisschop van Hernnhut.
Daardoor behoort tot de Hernhutters melodieën, vaak in een wat eenvoudige vorm. Deze melodie heeft een A.B.A vorm. De melodie begint en eindigt met dezelfde melodie. Daar tussenin hoor je dan een verhoogde toon die je even op een ander spoor zet. Ook als je de tekst bekijkt dan word je als het ware in meegenomen.

Deze maand hebben we het over een Nederlandse componist, bij ons bekend als dé Kerkmusicus uit de twintigste eeuw: Frederik August Mehrtens (1922 – 1975).

Hij was een Nederlandse musicus en componist van kerkmuziek. Ging in 1948 studeren aan het Amsterdams Conservatorium: orgel en kerkmuziek. Daarnaast was hij zijn hele leven schoolmusicus en docent hymnologie en liturgiek. Bekend van hem zijn o.a. de zondagavond zangdiensten die hij samen met de dichter Willem Barnard organiseerde. In die tijd bloeide het Nederlandse Kerklied op.

‘Alles wat over ons geschreven is’ (Gez.536/556. WK. 139)
Het is een lied dat gaat over de opgang. Een lied voor de veertigdagentijd. De 2e tekst is specifiek voor de ‘Stille Week’. Het ritme van het lied is in al zijn vrijheid gegrond op een tweeledige kern. Dus ritmisch en melodisch stuwend. Voor het vinden van de melodie, schrijft Frits Mehrtens, hebben de zinnen van strofe 3 de belangrijkste betekenis gehad. “Gij waart ons/Gij zult ons niet ontbreken/Gij Hogepriester”. Dat driemaal ‘Gij‘ die aan de ene kant bindend was voor het begin van de vierde regel. Ik ervaarde dat als de opmaat. ‘Gij Hogepriester’ – dáár moest de melodie haar hoogste punt bereiken. Luister vooral hoe dit wordt verklankt in de verschillende versies. De teksten zijn van Willem Barnard. 

Deze maand een componist die misschien voor de meeste van ons wat minder bekend is. Een componist die in de 19e eeuw leefde.

‘Johannes Gijsbertus Bastiaans’ (1812-1875)
J.G. Bastiaans werd geboren op 31 oktober 1812 in Wilp. In het nabijgelegen Deventer kreeg hij zijn eerste muzieklessen. In 1832 verhuisde hij naar Rotterdam waar hij vanaf 1834 lessen muziektheorie kreeg. Begin 1837 ging hij naar Leipzig om orgel, hymnologie en contrapunt te studeren bij Carl Ferdinand Becker (1804-1877) en compositie bij Felix Mendelssohn Bartholdy. Bastiaans schreef een grote hoeveelheid aan orgelwerken, maar nog meer vocale werken. Vele gezangen zijn van hem bekend waaronder: de Heer is mijn herder, Beveel gerust uw wegen, Zou ik niet van harte zingen en nog vele andere liederen.

Lied in Bijbels perspectief.
Een lied ‘in de nacht’ dat de eeuwen door actueel blijft en waarvan uit een klein onderzoekje dat dit lied voor de meeste christenen een van de meest geliefde liederen is. Waardering is groot. De reden van deze populariteit laat zich raden: centraal staat de oproep tot kennis en vertrouwen in een absoluut te vertrouwen God die onze wegen kent en bestuurt. Door alle tijden heen heeft het lied de mens in moeilijke en donkere omstandigheden geraakt, bemoedigd en vooral gesterkt.
De voor ons bekende melodie is zo geschreven dat je het lied snel kunt leren en ook blijft hangen. Een lied om als gemeente regelmatig te zingen.
In het filmpje laat ik de originele versie horen en daarna de bij ons bekende versie.

 

 

Gezang 427 Beveel gerust uw wegen. (Befiehl du deine Wege)
Een prachtige tekst van Paul Gerhardt ( 1607-1676) Duitse dichter uit de 17e eeuw. Melodie B. Gesius.
Later vertaald door Bernard ter Haar (1806-1880) Bastiaans schreef hier een eigen melodie voor.

Dit jaar wil ik aandacht geven aan liederen uit de Bijbel. Als het over het lied in de Bijbel gaat, dan zegt iedereen gelijk: dat zijn de psalmen en dat is ook zo. Maar toch zijn er ook nog heel wat andere liederen, die misschien wel opvallen als je ze leest, maar die je misschien nog nooit hebt gezongen. Dat betekent dan ook dat naast ons psalmboek, er een heel aantal zijn geschreven die nog nooit op muziek zijn gezet, of pas later zijn toegevoegd in diverse liedbundels. Daarom wil ik juist die muziek kiezen die geschreven is door grote Nederlandse componisten. Er zijn er heel wat te noemen door de eeuwen heen.

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)
Hij werd geboren in mei 1562 in Deventer. Op zijn vierde verhuisde het gezellige drukke gezin Sweelinck naar Amsterdam. Zijn vader (Peter Swibberts (het gezin gebruikte de moeders’ achternaam)) was organist en clavecinist in dienst van de kerk en eerste leraar van Jan. Dit bleek toen de elfjarige Sweelinck na de dood van zijn vader regelmatig de kerkdiensten verzorgde. Van Sweelincks vader, oom en grootvader zijn geen composities overgeleverd. 

Muzikaal talent
Sweelinck is vooral bekend om zijn geweldige orgelimprovisaties: hij bracht hiermee veel mensen bijeen. Maar naast zijn orgelimprovisaties en variaties op bekende volksliederen, componeerde hij vijfstemmige Franse chansons. Ook de “Psalmen Davids” (de 150 calvinistische Franse berijmingen van Marot en de Bèze, polyfone (meerstemmingheid in de melodie) bewerkingen van de Geneefse melodieën), twee- en driestemmige “Rimes” op Franse en Italiaanse teksten en de “Cantiones Sacrae” zijn ook van deze goede en fijnzinnige Nederlandse componist.

 

Psalm 90
Deze komt uit zijn tweede boek over de psalmen. Een prachtig vierstemmig werk. Hierin hoor je ook de grote variëteit aan technieken. De psalmnoten in de sopraan worden ritmisch verkort in de overige stemmen imitatorisch (echostemmen) behandeld. Hij weet hiermee een prachtig klankpalet te creëren, eindigend met zacht echoënde klanken aan het eind van de woorden ‘Et comme aussi..’ of die eind nog oorsprong heeft.